Het is een simpele maar toch taaie vraag: draagt wat we doen echt bij aan een goed leven voor onze inwoners, nu en later, hier en elders? Dat is in essentie brede welvaart: welvaart die verder gaat dan inkomen en economische groei alleen, en die ook gezondheid, gelijke kansen, een schone leefomgeving en sociale samenhang meeweegt. Een verkenning van de coalitieakkoorden en omgevingsvisies van de gemeenten in het G40-stedennetwerk laat zien dat dit denken allang niet meer bij mooie woorden blijft. In minstens zeventien gemeenten is brede welvaart uitgegroeid tot een echt sturingsprincipe: een kompas waarmee bestuurders concrete keuzes maken over geld, ruimte en beleid.
Brede welvaart als toetsingscriterium bij investeringen
In een groeiend aantal gemeenten is brede welvaart niet langer vrijblijvend geformuleerd, maar vastgelegd als expliciete voorwaarde bij investeringsbeslissingen. Het coalitieakkoord 2026-2030 van Alphen aan den Rijn stelt dat bedrijvigheid en bedrijventerreinen voortaan beoordeeld moeten worden op hun bijdrage aan brede welvaart, met een voorkeur voor arbeids- en kennisintensieve en circulaire activiteiten, en koppelt ook de ontwikkeling van de Barrepolder expliciet aan “de brede welvaart en leefbaarheid voor onze inwoners.” Het financiële kader van het akkoord stelt het onomwonden: “Groei vindt alleen plaats als deze bijdraagt aan maatschappelijke meerwaarde en brede welvaart.” Groningen formuleert zelfs een uitsluitingscriterium: er komt geen ruimte voor nieuwe grootschalige distributiecentra en datacenters die veel ruimte, energie en water vragen “zonder voldoende maatschappelijke meerwaarde.” Via het bijbehorende Kompas Lokale Economie moet economische groei voortaan verbonden worden aan leefkwaliteit, brede welvaart en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook Leeuwarden legt in zijn nieuwe coalitieakkoord het principe systematisch vast: elke maatregel moet worden getoetst op zowel financiële haalbaarheid als bijdrage aan brede welvaart, verdeeld over acht thema’s, en per beleidsdomein wordt visueel getoond welke welvaartsthema’s precies worden geraakt. Dordrecht stelt in de omgevingsvisie een vergelijkbare, dubbele eis aan bedrijvigheid: die moet tegelijk bijdragen aan economische, sociale, klimaatneutrale én ecologische doelen, met concrete aandacht voor “banen met kwaliteit” in de werkgebieden.
Concrete doelen voor 2030, 2040 en 2050
Tilburg werkte brede welvaart, als onderdeel van het informatieset bestuur 2026-2030, uit tot twaalf thema’s gebundeld in drie kapitalen: sociaal, ecologisch en economisch. Daaraan zijn concrete 2050-doelen gekoppeld: 35.000 nieuwe duurzame woningen, waarvan minimaal 30 procent sociale huur en 40 procent betaalbaar, een gezondere bevolking met minder ongelijkheid, veiliger verkeer en herstelde ecosystemen. Het nieuwe coalitieakkoord van Eindhoven koppelt de Brainportregio expliciet aan streefcijfers voor de komende jaren: het netwerk Brainport voor Elkaar moet in 2030 250 aangesloten werkgevers tellen, er moeten twee nieuwe “deals” komen met een substantiële bijdrage aan sociaal-maatschappelijke voorzieningen, en de economie moet bewust diversifiëren zodat de stad niet afhankelijk blijft van één waardeketen. Het coalitieakkoord van Zwolle koppelt brede welvaart aan een groeidoelstelling voor de economie: 1,5 procent arbeidsproductiviteitsgroei per jaar (gebaseerd op het rapport-Wennink) “om brede welvaart te borgen,” in combinatie met een inclusieve arbeidsmarkt via sociaal ontwikkelbedrijf Tiem.
De wijk als vertrekpunt
Apeldoorn beschrijft hoe brede welvaart vertaald moet worden naar een integrale manier van werken in de wijk: bij wijkherinrichting moeten verkeer, gebouwen, veiligheid, ontmoeting en natuur bewust in samenhang worden bekeken in plaats van los van elkaar, ondersteund door organisatorische aanpassingen. Die aanpak wordt gevolgd via het Datavenster Brede Welvaart, een dashboard dat al enkele jaren bestaat en gezondheid, werk, wonen en omgeving in samenhang monitort. Sittard-Geleen erkent in zijn vastgestelde omgevingsvisie expliciet dat “in sommige wijken sprake is van gebrek aan veerkracht, armoede en in algemene zin achterblijvende brede welvaart,” en koppelt daar een aanpak aan die institutionele, sociale, economische én ecologische veerkracht tegelijk moet opbouwen.
De vastgestelde omgevingsvisie van Maastricht leidt uit brede welvaart zeven ruimtelijke ambities af en koppelt elke ambitie aan concrete opgaven zoals een gezonde leefomgeving, voorzieningen dichtbij, klimaatadaptatie en de ontwikkeling van de kennisregio. De omgevingsvisie van Zaanstad wil brede welvaart inzetten om functies te mengen: meer werkgelegenheid door efficiënter gebruik van bedrijventerreinen, menging van werkfuncties in woonwijken, betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, en meer ontmoeting via sport en cultuur “ter verhoging van welzijn, brede welvaart en kansengelijkheid”.
Brede welvaart: een nieuwe kijk op economische groei
Wat opvalt, is dat verschillende gemeenten brede welvaart ook gebruiken om economische groei kritisch te bevragen, niet alleen om die te onderbouwen. Helmond positioneerde brede welvaart in het Ambitieakkoord 2022–2026 al als het overkoepelende uitgangspunt voor het gehele gemeentelijke beleid. Economische groei wordt daarbij niet beschouwd als doel op zich, maar als middel om maatschappelijke doelen zoals inclusie, gezondheid en bestaanszekerheid te realiseren. Uit de Programmabegroting 2026–2029 blijkt dat brede welvaart binnen de gemeentelijke beleidsuitvoering wel degelijk het leidende afwegingskader is gebleven. Daarin wordt brede welvaart omschreven als “de bril waardoor we kijken bij het maken van afwegingen”, waarbij sociale, ecologische en economische ontwikkeling in onderlinge samenhang worden beschouwd. Deze ontwikkeling suggereert een verschuiving van brede welvaart als politiek narratief naar brede welvaart als bestuurlijk sturingsprincipe. De omgevingsvisie van Venlo stelt brede welvaart centraal bij ruimtelijke keuzes en beschrijft de gewenste economische transitie nadrukkelijk als een verschuiving “van volume naar waarde”. Het nieuwe coalitieakkoord van Emmen koppelt brede welvaart nadrukkelijk aan een economische groeiagenda. Economische ontwikkeling wordt verbonden aan maatschappelijke en ecologische waarde, onder meer via innovatie, circulaire bedrijvigheid en impactondernemen. Brede welvaart fungeert daarmee niet als alternatief voor economische groei, maar als richtinggevend principe voor de kwaliteit en maatschappelijke opbrengsten van die groei. Hengelo verbindt in zijn omgevingsvisie en meerjarenbegroting zijn eigen formulering “brede welvaart/bruto Twents geluk/voorzieningenniveau” aan vijf strategische opgaven, waaronder een “talentopgave” en de transformatie van het sociaal domein en de jeugdzorg. De vastgestelde omgevingsvisie van Nijmegen noemt brede welvaart het toetsingskader dat bij de uitvoering van beleid en projecten gehanteerd moet worden, waarbij de effecten voor huidige inwoners, voor toekomstige generaties én voor de bredere samenleving elders in de wereld moeten worden meegewogen.
Van een richtinggevend kader naar concrete resultaten
Of het nu zorgt voor monitoring, nieuwe visies op economische groei of een scherp criterium bij investeringsbeslissingen; brede welvaart dient voor veel gemeenten als richtinggevend kader voor het beantwoorden van die vraag: hoe draagt wat we doen echt bij aan een goed leven voor onze inwoners, nu en later, hier en elders?
Het patroon dat uit al deze voorbeelden zichtbaar wordt, is dat brede welvaart waarde kríjgt wanneer gemeenten het vastleggen als iets dat tot een keuze dwingt: een project dat wel of niet doorgaat, een investering die wel of niet mag, een norm die wel of niet gehaald moet worden. Van Alphen aan den Rijn tot Leeuwarden en van Sittard-Geleen tot Eindhoven leggen gemeenten dat soort criteria, cijfers en keuzes nu vast in hun coalitieakkoorden en omgevingsvisies.
Andere gemeenten benoemen brede welvaart wel als ambitie in een coalitieakkoord, maar moeten de vertaling naar een eigen sturingsinstrument of concrete uitvoering nog maken. Dat onderstreept vooral hoe snel het gedachtegoed zich verspreidt: van een term voor CBS-onderzoekers en beleidsanalisten is brede welvaart in korte tijd onderwerp van gesprek geworden aan collegetafels door het hele land.
Voor gemeenten die deze stap willen zetten, liggen er inmiddels genoeg voorbeelden voor het oprapen: onder meer van koploper gemeenten, de VNG-handleiding voor Brede Welvaart en de bredere kennisuitwisseling met netbeheerders binnen de coalitie Sturen op Brede Welvaart bieden aanknopingspunten om die stap ook daadwerkelijk te zetten.
Wil je meer weten over hoe brede welvaart voor jouw organisatie of opgave vertaald kan worden naar een concreet sturingsinstrument? Neem contact op met Jeroen Vanson (jeroen.vanson@impacteconomyfoundation.org).
